LEZEN
PUBLICATIES

Het lijkt misschien zo dat bewustzijn afwezig is in diepe droomloze slaap of tijdens een coma, maar in werkelijkheid is bewustzijn nooit verdwenen. Het is het enige dat er altijd is, het enige dat niet komt en gaat. Heb je ooit ervaren dat bewustzijn weg was? Zo ja; wat was het dan wat zich bewust was van die ervaring? Dat zou alleen maar bewustzijn zelf kunnen zijn toch? En zou daarmee niet tegelijkertijd het bewijs geleverd zijn dat bewustzijn – je overtuiging ten spijt – wel degelijk aanwezig was?

Wat tijdens diepe slaap afwezig is, zijn gedachten, gevoelens en zintuigelijke prikkels. Er is zogezegd geen ‘input’, er zijn geen objectief waarneembare vormen of objecten waar je je bewust van zou kunnen zijn. De mind vertoont geen enkele activiteit, dus er is niets wat je je zou kunnen herinneren van de toestand van droomloze slaap. Er was geen enkele beweging, er verschenen geen vormen. Maar is dat een bewijs dat bewustzijn verdwenen was? Nee, er was alleen niets waar je je bewust ‘van’ zou kunnen zijn, zoals gedachten en gevoelens, er was geen inhoud van bewustzijn. Maar bewustzijn is niet afhankelijk van de inhoud die erin verschijnt. Of er nu wel of geen gedachten en gevoelens zijn, het licht van bewustzijn schijnt nog even helder en onafgebroken als altijd.
Bewusteloosheid bestaat feitelijk niet. Je zou moeten spreken van ‘ervaringsloosheid’. Je kunt Bewustzijn niet verliezen. Het is het enige dat niet verloren kan gaan.

Diep in het hart van het ego zetelt een oude oerwond:
Het is het idee ‘Ik doe er niet toe’, of nog erger:’ ‘Ik mag er niet zijn’.

Maar de ‘ik’ die er niet mag zijn is er om te beginnen nooit echt geweest,
dus wie lijdt er aan welk probleem?
Wie is precies degene die lijdt aan de gedachte er niet te mogen zijn?

Je kunt de pijnlijke overtuiging te lijf gaan met troostende therapie,
maar daarmee houd je de basisillusie in stand en creëer je slechts een subtiele innerlijke strijd die je nooit zult winnen. Het is een kansloze poging om de huidige droom te vervangen voor een nieuwe, betere droom.

Het gaat niet om het ‘fixen’ van het droompersonage, het gaat om het radicaal ontwaken uit de droom. Wanneer je tot een werkelijke oplossing wilt komen, dan dien je direct naar de wortel van het probleem te gaan. Kijk heel diep naar de oorzaak van de kwestie, in plaats van je te fixeren op de gevolgen.
Ga op zoek naar het ik dat er niet zou mogen zijn en je zult ontdekken dat het nooit werkelijk heeft bestaan; het ‘ik’ is niet meer is dan een bedenksel, een hallucinerend spel van veranderlijke gevoelens en gedachten.
Hoe goed je ook zoekt, je vindt geen aanwijsbare entiteit die de bezitter zou kunnen zijn van het probleem. Als de oorzaak (het droompersonage) wordt doorzien, dan vallen daarmee vanzelf ook de gevolgen (innerlijke strijd en onrust) weg. Als er niemand blijkt te zijn die de eigenaar is van het probleem, dan valt logischerwijs het hele probleem weg. En wat rest, is vrede.

Veel mensen menen meer zelfvertrouwen op te moeten bouwen, maar het ‘zelf’ dat ze denken te zijn en waar ze op willen vertrouwen, valt helemaal niet te vertrouwen! Het is het meest onbetrouwbare wat er is.
Als je voor een gevoel van vertrouwen, rust of zekerheid inzet op het psychologische ‘ik’ of ego, dan zet je in op het verkeerde paard, want het ego is per definitie het tegendeel van deze gemoedstoestanden. Diep van binnen voelt het ego zich incompleet, onzeker en gebrekkig. Hoe zou je op zo’n ‘zelf’ kunnen bouwen? Het is gedoemd te mislukken.
Werkelijk Zelf-vertrouwen is niet iets dat je opbouwt, het wordt juist onthuld doordat er iets wordt afgebroken: het geloof dat je dat zogenaamde zelf ofwel ego bént.
Als het ego wordt ontmaskerd als een schijnidentiteit, is er plotseling ruimte voor de herkenning dat je werkelijke Zelf zich allerminst onzeker en incompleet voelt en dus nooit op zoek is geweest naar zoiets als zelfvertrouwen. Alleen onzekerheid is op zoek naar vertrouwen.
Je werkelijke verlangen is niet het verlangen naar een persoonlijkheid die blaakt van zelfvertrouwen, niet naar een verbeterde versie van jezelf. Je werkelijke verlangen is het verlangen naar de herkenning van je thuisbasis van onverstoorbaarheid, rust en stilte. Dat is het enige in het leven waarop je met absolute zekerheid kunt vertrouwen.
Werkelijk zelfvertrouwen is niet voor het ego,
maar openbaart zich spontaan in de afwezigheid van het ego.

Een van de meest voorkomende en kwellende vormen van psychisch leed waar we als mens aan lijden, is de innerlijke criticus, de stem in je hoofd die voortdurend allerlei negatieve commentaren over je uitstort; “je bent niet goed genoeg, je telt niet mee, je kan het niet, je bent lelijk, je bent een mislukkeling”, et cetera.

We doen – begrijpelijk genoeg – allerlei hopeloze pogingen om ons van dat ondermijnende stemmetje uit het verleden te bevrijden. Wie heeft het niet geprobeerd; veelbelovende cursussen volgen die suggereren dat je oude overtuigingen definitief kunt ‘opruimen’, de ondermijnende innerlijke kritiek ongedaan proberen te maken met affirmaties en positief denken, hopend dat de positieve suggesties het negatieve commentaar uiteindelijk zullen overstemmen. Of – als na alle vermoeiende pogingen blijkt dat de innerlijke criticus zich de mond niet laat snoeren – als laatste redmiddel maar proberen om de negatieve stemmetjes ‘er te laten zijn’ of er vriendschap mee te sluiten, onvermijdelijk nog steeds in de hoop dat we ons nu middels acceptatie alsnog kunnen ontdoen van de innerlijke commentator. Iedere inspanning die we echter doen om aan de terreur van de zelfafwijzing te ontsnappen is echter gedoemd te mislukken omdat we iets heel fundamenteels over het hoofd zien. Omdat we een cruciale vraag vergeten te stellen:

WIE is het die last heeft van de stemmetjes?
WIE voelt zich erdoor aangevallen en gehinderd?…
WIE zoekt naar een oplossing voor het probleem?

Degene die zich aangevallen en gehinderd voelt door de negatieve gedachten, is niet wie we werkelijk zijn. Het is het valse beeld dat we van onszelf hebben, de ego-identiteit, die zelf ook niet meer is dan een gedachte. Dat wat we werkelijk zijn, voorbij de wereld van gedachten, is vrij en kan niet worden aangetast of verstoord door wat voor negatieve stemmen dan ook.

De negatieve stemmen zijn niet het werkelijke probleem, het is het diepe geloof in het denkbeeldige ik dat zich erdoor gekweld voelt. Dit is de wortel van het probleem. Het geloof in dit valse ik is enorm sterk en we zien simpelweg niet dat het dit geloof is wat de innerlijke criticus zijn kracht geeft. De stem van de innerlijke criticus heeft in in zichzelf geen enkele kracht. Zolang we in de waan verkeren dit denkbeeldige ik of ego te zijn, zullen we ons aangevallen blijven voelen door de negatieve commentaren, we zullen vanuit deze positie altijd blijven proberen ons van de innerlijke criticus te ontdoen. We zullen eindeloos blijven wachten en hopen op een oplossing die er vanuit dit perspectief eenvoudigweg niet is.

Het antwoord ligt niet in het bestrijden, manipuleren of op wat voor manier dan ook proberen ‘om te gaan’ met de stemmetjes in je hoofd, maar in het ontwaken uit de illusie van het denkbeeldige ‘ik’. Zodra het droom-ik wordt doorzien als een illusie stort het hele probleem als een kaartenhuis in elkaar, want op dat moment is er simpelweg niemand die zich aangevallen voelt door de stemmetjes. En dan wordt beseft dat de innerlijke criticus niet het echte probleem was, het was het ego-zelf dat zich van de criticus probeerde te ontdoen.

Positief denken, affirmeren en visualiseren et cetera blijken de laatste decennia voor veel mensen een sterke aantrekkingskracht te hebben. In sommige kringen is het een ware rage.

Hoe komt dat?

Wat is de belofte die uitgaat van al die populaire bewegingen die telkens weer opdoemen, zoals ‘The Secret’? Het is de belofte van controle, het idee dat je je leven naar je hand kunt zetten, dat je al je wensen en verlangens, al je dromen, al je doelen kunt realiseren. Het is het klassieke adagium van het ego: ‘Mijn Wil Geschiede’ meestal in een leuk spiritueel marketingjasje gestoken,waar dit soort bewegingen zich op baseren. Het is ego-bevestigend; Jij, als afzonderlijk individu bent de bevelhebber van je leven. Het is allemaal gericht op ‘hebben’ en ‘worden’, het heeft niets van doen met ‘Zijn’.

Maar wat ligt eigenlijk ten grondslag aan die aantrekkingskracht? Wat verwachten mensen dat het realiseren van hun doelen en dromen hen zal brengen? Waarop is hun hoop gericht? Gaat dat in diepste zin niet om het bereiken van vervulling en geluk?

Blijkbaar is er een overtuiging dat er een directe relatie is tussen het bereiken van doelen en levensgeluk. Dit is een hardnekkige mythe. Levensgeluk is niet iets wat je kunt be-reiken in de tijd. Het is juist het reiken naar geluk dat de ervaring van geluk in de weg staat.

Dat je geluk zou moeten be-reiken is een ontkenning van het geluk en de rust die nu en altijd in je aanwezig zijn. Rust en compleetheid zijn geen ervaringen die komen en gaan. Hoe gek het ook klinkt, ze vormen het enige constante element in je leven. Wat komt en gaat zijn de werkingen van de mind die de altijd aanwezige compleetheid tijdelijk (ja, soms langdurig) verhullen, zoals bijvoorbeeld het zoeken naar geluk. Als de zoektocht naar geluk stilvalt, valt geluk je ten deel, dat is de bizarre paradox.

Je zou dus kunnen zeggen dat affirmeren en visualiseren om je doelen te bereiken een vreemde omweg is om geluk te ervaren. Waarom niet rechtstreeks, Nu, tot de realisatie komen dat de compleetheid die je zoekt altijd beschikbaar is? Waarom eerst al die doelen bereiken om er vervolgens achterkomen dat het slechts een tijdelijke vervulling geeft?

Die directe beschikbaarheid is een mogelijkheid die de zoekende geest ofwel het ego niet graag wil horen. De zoeker in ons wil nu eenmaal zoeken. Het wil de huidige ervaring inruilen voor een andere, betere ervaring. Het droompersonage van het Ik probeert de huidige droom te vervangen voor een betere droom.
Maar hoeveel het droompersonage ook affirmeert en visualiseert, het zal hem nooit doen ontwaken uit de droom.

Hoe zou het zijn, als de therapeut (m/v) zijn gehechtheid aan de rol van helper, van healer, van degene die het allemaal op een rijtje heeft, zou kunnen loslaten? Wat, als hij eerlijk toe zou kunnen geven het spoor ook regelmatig bijster te zijn en soms grote moeite heeft om zijn theorieën en adviezen – hoe helder en stellig ook geformuleerd – zelf in de praktijk te brengen? Wat, als de therapeut zich kwetsbaar zou durven opstellen; als hij zou kunnen toegeven dat hij ook lijdt, ook een zoeker is, ook regelmatig verstrikt zit in innerlijke worstelingen en zich soms net zo verscheurd en verkreukeld voelt als degene die in de behandelkamer tegenover hem zit?
Misschien dat er in dat eerlijke contact een waarachtige ontmoeting plaats kan vinden waarin de maskers van therapeut en patiënt wegvallen. Misschien dat er in die eerlijke ontmoeting een herkenning plaats vindt van iets dat veel dieper is dan het rollenspel dat werd opgevoerd, dieper dan alle verhalen en alle adviezen die werden gedeeld. De herkenning van het gemeenschappelijke stille Zijn dat beiden verbindt, die onaantastbare stille ruimte, die nooit getraumatiseerd of beschadigd is geweest, niet beschadigd kán worden en dus ook geen genezing nodig heeft. Misschien dat in die herkenning de werkelijke heling plaatsvindt, voor beide; zowel de ‘therapeut’ als de ‘patiënt’.

Het lijkt misschien zo dat bewustzijn afwezig is in diepe droomloze slaap of tijdens een coma, maar in werkelijkheid is bewustzijn nooit verdwenen. Het is het enige dat er altijd is, het enige dat niet komt en gaat. Heb je ooit ervaren dat bewustzijn weg was? Zo ja; wat was het dan wat zich bewust was van die ervaring? Dat zou alleen maar bewustzijn zelf kunnen zijn toch? En zou daarmee niet tegelijkertijd het bewijs geleverd zijn dat bewustzijn – je overtuiging ten spijt – wel degelijk aanwezig was?

Wat tijdens diepe slaap afwezig is, zijn gedachten, gevoelens en zintuigelijke prikkels. Er is zogezegd geen ‘input’, er zijn geen objectief waarneembare vormen of objecten waar je je bewust van zou kunnen zijn. De mind vertoont geen enkele activiteit, dus er is niets wat je je zou kunnen herinneren van de toestand van droomloze slaap. Er was geen enkele beweging, er verschenen geen vormen. Maar is dat een bewijs dat bewustzijn verdwenen was? Nee, er was alleen niets waar je je bewust ‘van’ zou kunnen zijn, zoals gedachten en gevoelens, er was geen inhoud van bewustzijn. Maar bewustzijn is niet afhankelijk van de inhoud die erin verschijnt. Of er nu wel of geen gedachten en gevoelens zijn, het licht van bewustzijn schijnt nog even helder en onafgebroken als altijd.
Bewusteloosheid bestaat feitelijk niet. Je zou moeten spreken van ‘ervaringsloosheid’. Je kunt Bewustzijn niet verliezen. Het is het enige dat niet verloren kan gaan.

Diep in het hart van het ego zetelt een oude oerwond:
Het is het idee ‘Ik doe er niet toe’, of nog erger:’ ‘Ik mag er niet zijn’.

Maar de ‘ik’ die er niet mag zijn is er om te beginnen nooit echt geweest,
dus wie lijdt er aan welk probleem?
Wie is precies degene die lijdt aan de gedachte er niet te mogen zijn?

Je kunt de pijnlijke overtuiging te lijf gaan met troostende therapie,
maar daarmee houd je de basisillusie in stand en creëer je slechts een subtiele innerlijke strijd die je nooit zult winnen. Het is een kansloze poging om de huidige droom te vervangen voor een nieuwe, betere droom.

Het gaat niet om het ‘fixen’ van het droompersonage, het gaat om het radicaal ontwaken uit de droom. Wanneer je tot een werkelijke oplossing wilt komen, dan dien je direct naar de wortel van het probleem te gaan. Kijk heel diep naar de oorzaak van de kwestie, in plaats van je te fixeren op de gevolgen.
Ga op zoek naar het ik dat er niet zou mogen zijn en je zult ontdekken dat het nooit werkelijk heeft bestaan; het ‘ik’ is niet meer is dan een bedenksel, een hallucinerend spel van veranderlijke gevoelens en gedachten.
Hoe goed je ook zoekt, je vindt geen aanwijsbare entiteit die de bezitter zou kunnen zijn van het probleem. Als de oorzaak (het droompersonage) wordt doorzien, dan vallen daarmee vanzelf ook de gevolgen (innerlijke strijd en onrust) weg. Als er niemand blijkt te zijn die de eigenaar is van het probleem, dan valt logischerwijs het hele probleem weg. En wat rest, is vrede.

Verliefdheid kan een zeer ego-oplossend gebeuren zijn, tenminste, als die verliefdheid wederzijds is. Plotseling verliezen we dan onze scherpe kantjes en al onze innerlijke strijd lijkt tot bedaren te komen. Als de verliefdheid niet wederzijds is, dan is hij meestal niet ego-oplossend, maar ego-versterkend. Maar ook dan kan het een poort zijn naar rust en stilte, als je maar bereid bent om de pijn van je gebroken hart te voelen. Als het niet mogelijk is om intiem te zijn met de begeerde partner, dan kun je de intimiteit aan te gaan met de pijn die dat geeft, daar niet voor weg te lopen, het niet proberen te veranderen of weg te drukken, maar met je volle aandacht de ontmoeting met de pijn aan te gaan. Niet in het drama en de verhalen, want dat is juist het vermijden van de pijn, maar in plaats daarvan onverschrokken, met open vizier de pijn onder ogen te zien, zonder plannetjes, zonder hoop op iets beters, zonder verwachting dat dit wellicht een manier is om eraan te kunnen ontsnappen. Als je je kunt ontspannen, midden in de pijn van een gebroken hart, dan zul je ontdekken wat onbreekbaar is in jezelf, wat altijd heel is.

Vergeving van jezelf of een ander is alleen maar een issue
als je gedragingen van jezelf of de ander veroordeelt.
Het feitelijke thema is het veroordelen, niet het vergeven.
Het ego hoopt om tot vergeving te komen door bijvoorbeeld
te proberen het oordelende denken tot zwijgen te brengen,
maar stelt zich hiermee voor een onmogelijke taak.
Het is de aard van het ego om te oordelen, zich te verzetten.
Ego en vergeving sluiten elkaar derhalve uit.
De  poging om het oordelen te stoppen is simpelweg
weer een nieuw oordeel; het oordeel op het oordelen zelf.
Wanneer je tot werkelijke vergeving wilt komen, dan dien je
de plek in jezelf te ontdekken die inherent vrij is
van gekrenktheid, tekortkoming, vernedering en wrok.
Je dient je aandacht te richten op je wezenlijke natuur
die onverstoorbaar is; niet te te beschadigen of te kleineren.
Vergeven is niet iets wat je kunt ‘doen’;
Vergeving is wat je in essentie al Bent.

Hoe vaak wordt de vraag niet gesteld:
‘Hoe moet ik hiermee omgaan? Hoe kan ik hiermee dealen?’

Meestal wordt dan verwezen naar pijnlijke emoties als, angst, machteloosheid, woede, eenzaamheid, verdriet et cetera.

Het is een begrijpelijke vraag, maar het is een vraag die je in een akelige vicieuze cirkel doet belanden. Want, de ‘ik’ die ergens mee ‘om wil gaan’, is niet wat je niet werkelijk bent. Het is een fictief zelf, en zolang dit denkbeeldige zelf ergens mee om probeert te gaan, zal de innerlijke strijd voortduren.
Het is de ego-identiteit die eigenlijk maar één ding wil; zich ontdoen van pijnlijke gevoelens. Is de wens om ‘ergens mee om te gaan’ niet een eufemisme voor ‘ergens vanaf willen? of iets willen beteugelen?’

Het is misschien een schokkende ontdekking, maar dat, waar je mee probeert om te gaan, is niet het werkelijke probleem. Het probleem ontstaat pas op het moment dat je een positie inneemt als ego-zelf. Wat je werkelijk bent – Bewustzijn – hoeft nergens mee om te gaan en hoeft nergens mee te dealen. Bewustzijn geeft simpelweg ruimte aan welk gevoel dan ook. Het doet geen moeite en heeft geen moeite met emoties. Het kent geen verzet en geen bezwaar, dus er is geen probleem. En wat gebeurt er als van emoties geen probleem wordt gemaakt, als ze niet als een vijand worden gezien? Ze lossen in no-time op.

Verspil je energie dus niet in het vinden van een manier om ergens mee om te gaan, focus niet zoveel op het gevoel waar je last van lijkt te hebben, maar steek je energie in het hervinden van je ware positie als Bewustzijn. Die herkenning is de oplossing van het probleem.

De spirituele zoeker (m/v) in ons zoekt naar antwoorden, instructies,
methoden, houvast en hulp om dat wat gezocht wordt te bereiken.
Maar wat is het waar de zoeker naar zoekt? Wat is het universele verlangen dat iedere zoeker naar waarheid drijft? Is dat niet het hervinden van onze natuurlijke staat van rust, geluk en vrijheid? Is dat niet de herkenning van onze essentie van Bewust-Zijn? Welk doel zou hoger kunnen zijn dat dat?

Maar wacht eens even: Wie is eigenlijk deze zoeker?…

Kunnen we vaststellen dat het zoeken naar antwoorden of instructies een bepaalde activiteit is in het denken? En zijn we niet bewust van deze activiteit? Wat is het, dat zich bewust is van de activiteit van het zoeken? Dat kan alleen maar Bewustzijn zijn, nietwaar? Wat anders is bewust, behalve Bewustzijn? Een stapje verder: Je bent je niet alleen bewust van het zoeken, maar als je er even bij stilstaat, dan ontdek je al heel snel dat je zelfs bewust bent van het gevoel de ‘zoeker’ te zijn. Zelfs je identiteit als zoeker kan moeiteloos worden waargenomen.

Wie ben jij? Ben jij de activiteit van het zoeken die wordt waargenomen, of ben jij dat, wat de activiteit waarneemt? Alleen het laatste kan de waarheid zijn. Je bent dus niet het zoeken en je bent zelfs niet de zoeker.
De zoeker is niet wie je werkelijk bent! Het is niet meer dan een idee, een droombeeld waar je jezelf op dat moment voor aanziet. Je bent Bewustzijn, waarin het idee een zoeker te zijn verschijnt.

Vanuit het perspectief van de zoeker zie je de realisatie van je ware natuur (Bewustzijn) als een toekomstig doel voor je, een doel dat maar niet écht dichterbij lijkt te komen. Maar Bewustzijn ben je al! Het is het ware perspectief, van waaruit de hele zoekbeweging wordt gezien. Hoe zou iets wat je al bent, dichterbij kunnen komen?….

Dat, wat de zoeker zoekt, is dus al volledig aanwezig, Nu! Niet in de toekomst. Het is dat, wat zich bewust is van de zoeker. Maar is dat, wat zich bewust is van de zoeker, zelf op zoek naar iets? Nee, Bewustzijn is niet op zoek. Het is inherent compleet en vrij, er ontbreekt niets.
Alleen de zoeker verkeert in de ongemakkelijke veronderstelling dat er iets ontbreekt, dat er iets aan hem mankeert. Dat ongemakkelijke gevoel is altijd het startschot geweest voor de hele zoektocht. Het gevoel dat er iets aan je mankeert, dat er iets mist, is nooit een prettig gevoel. Waar je als zoeker – paradoxaal genoeg – dus ten diepste naar verlangt, is het ontwaken uit de identiteit van zoeker. Want op het moment dat de zoeker wordt doorzien als een schijnidentiteit is de zoektocht ten einde. Wat gezocht werd is ogenblikkelijk gevonden.

Ongetwijfeld zal de impuls om te gaan zoeken weer de kop opsteken en ongetwijfeld zullen er momenten zijn waarin je weer helemaal verstrikt bent in de activiteit van het zoeken. Op dat moment, dat het de mind toch weer is gelukt om je te hypnotiseren, je te laten geloven dat jij de zoeker bent, is er maar één werkelijk intelligente instructie die het zoeken kan beëindigen: laat je niet meenemen in de zoveelste zoektocht, haak niet in op de suggesties van de mind, hoe verleidelijk ook, maar realiseer je simpelweg dat je bewust bent van de zoeker in je. Aanschouw het allemaal vanuit je ware positie van Bewustzijn en blijf daar simpelweg. Zie dat je niet de zoeker bent, en gaandeweg zal je identiteit als zoeker oplossen in de stille ruimte waar niets te zoeken valt, omdat er werkelijk niets ontbreekt.

Jij bent het vormloze waarin de vormen verschijnen,
de helderheid waarin verwarring komt en gaat,
de verlangenloosheid waarin verlangens opkomen,
het al-thuis-zijn waarin het zoeken verschijnt,
de stilte waarin lawaai komt en gaat,
het tijdloze waarin ouderdom verschijnt,
het bewegingsloze, waarin alle bewegingen zich afspelen,
de vrede waarin onvrede verschijnt,
de beschikbaarheid waarin weerstand komt en gaat,
de perfectie waarin het idee gebrekkig te zijn verschijnt,
het onsterfelijke waarin geboorte en dood verschijnen,
de vrijheid waarin gehechtheid komt en gaat,
de eeuwigheid waarin tijd verschijnt,
het Zijn waarin het idee ‘er nog niet te zijn’ verschijnt,
de onverstoorbaarheid waarin onrust komt en gaat,
de wakkerheid waarin dromen verschijnen,
Wat jij bent, is niet iets wat komt en gaat.
Wat jij bent, is niet iets wat verschijnt, maar dat,
wat onafgebroken schijnt op de dingen die verschijnen.

Een paar maanden geleden stapte ik ’s morgens vroeg met mijn zoontje van 4 de deur uit om hem met de auto naar school te rijden. De auto stond geparkeerd aan de Overtoom, een van de drukste verkeersaders van Amsterdam. Ik tilde Liam in zijn kinderzitje en maakte de riempjes vast. Op het moment dat ik op de bestuurderstoel wilde plaatsnemen zag ik in een flits een bestelauto van achteren met hoge snelheid recht op mij af komen. Het leek alsof de bestuurder doelbewust het stuur omgooide met de bedoeling om welgemikt en vol op mij in te rijden. Een bizarre ervaring, alsof iemand een gewelddadige aanslag op je pleegt. Zonder na te denken spring ik op en gooi mijn benen als een polsstokspringer zo hoog mogelijk in de lucht. De bestelauto boort zich onder mij met een enorme klap in de zijkant van mijn auto en ik beland pardoes op de motorkap van de bestelauto, word de lucht ingeslingerd en wonder boven wonder kom ik een paar meter verderop met mijn beide benen rechtstandig op de straat terecht. Ongedeerd!…. Ooggetuigen kunnen niet geloven wat ze hebben gezien. Het was een regelrechte voltreffer. Als ik niet de reflex zou hebben gehad om te springen, was het ongetwijfeld rampzalig afgelopen want mijn benen zouden tussen beide auto’s verbrijzeld zijn.
De bestelwagen is total loss en ook mijn auto die door de klap zo’n 40 centimeter op het trottoir is gesmeten is zwaar beschadigd. Het wonderlijke is, dat ik temidden van alle hectiek die vervolgens op straat ontstaat een intense rust over me heen voel dalen. Oorverdovende, serene stilte… Geen schrik, geen shock, geen paniek, geen hartkloppingen. Ik loop kalm naar de bestelauto en zie door het openstaande zijraam de bestuurder die verdwaasd over zijn inmiddels leeggelopen airbag hangt. Hij kijkt me paniekerig aan, alsof hij een woedeuitbarsting of zelfs fysiek geweld verwacht. “I’m sorry, I’m so sorry!”, stamelt hij angstig en schuldbewust. “Relax,… I’m not angry”, zeg ik geruststellend. Niet alleen de omstanders staan stomgeslagen met hun oren te klapperen, ik ben zelf evenzeer verrast door mijn eigen reactie. Ik zie aan zijn oogpupillen en de uitdrukking op zijn gezicht dat hij onder invloed is en ik vraag de bestuurder “Are you drunk? Did you use drugs?”. Er komt een beschaamd “Yes” uit zijn mond. “I fell asleep….” Hij is zo sterk beneveld, dat hij tien minuten later, als de politie hem ondervraagt, volledig in katzwijm zou vallen.
Het klinkt dwaas; ik sta oog in oog met een zwaar gedrogeerde Roemeen, die op een haar na mijn leven verwoestte en ik ben kalm! Sterker nog: – en ik schroom een beetje om het toe te geven, – ik voel zelfs….. liefde. Niet de gangbare emotionele, gloeierige ‘ik hou van jou’ liefde, niet de liefde die je ertoe aanzet om iemand een knuffel te geven, beslist niet, maar een onpersoonlijke en onbewogen liefde, doordrongen van een diep besef dat dit alles blijkbaar heeft moeten gebeuren, dat het niet anders had kunnen gaan dan het is gegaan, dat er in allerdiepste zin niemand persoonlijk verantwoordelijk is voor wat er was gebeurd. Over het diepere ‘waarom’ dit gebeurde kun je het nodige filosofeerwerk loslaten; de Overtoom is 2 kilometer lang. Er staan honderden wagens geparkeerd. Welke krachten spanden samen om de bestelwagen precies daar, waar ik stond, op de decimeter nauwkeurig, te laten crashen? Ik weet het niet, en ik weet ook niet of ik er een betekenis aan moet geven.
Het woord liefde is verwarrend omdat we het woord al snel associeren met dingen als hartstocht en affectie. We denken al gauw aan exclusieve liefde, van de ene persoon naar de andere, liefde met een duidelijke focus en meestal een zeer beperkte houdbaarheid. Maar de liefde die ik ervoer had geen enkele richting en ze was ook niet gerelateerd aan een specifiek iemand, deze liefde had geen begin- en einddatum en had niets met een persoon of omstandigheid te maken.
De extreme gebeurtenis van de aanrijding triggerde blijkbaar een ingrijpende verschuiving in mijn bewustzijnstoestand. Het denken viel even helemaal weg en ook nog geruime tijd na de aanrijding was het denken volledig naar de achtergrond verdwenen. Er drongen zich enkel noodzakelijke functionele gedachten op, die me ertoe aanzetten om de dronken Roemeen aan te spreken en mijn zoontje te troosten die het na de klap natuurlijk op een brullen had gezet. (Ook hij was ongedeerd.)
Het was alsof mijn aandacht, die op het moment voorafgaand aan de klap nog grotendeels geabsorbeerd werd door het alledaagse praktische gekabbel van het denken, hardhandig werd losgerukt uit de ‘mindset’ waarin ze in verwikkeld was. Als de inhoud van bewustzijn, in de vorm van gedachten en verhalen wegvalt, dan blijft enkel de stilte over. Bewustzijn, dat zichzelf herkent als stille, onverstoorbare open ruimte. Een toestand van Simpelweg Zijn. Ik kan niet zeggen dat dit besef mij onbekend is, maar dit keer had het een ongekende intensiteit, alsof mijn hele wezen ermee doordrenkt was. Het besef van Zijn of aanwezigheid is iets wat vaak wordt beschreven als een soort achtergrond waarin de activiteit van het denken en voelen zich afspeelt, maar nu drong dat stille Zijn zich onverbiddelijk op naar de voorgrond als een plotselinge invasie van Stilte.
Zo zie je maar, zelfs een dronken Roemeen kan je doen herinneren aan je ware natuur. Niets waar de Genade zich niet in kan verschuilen…
Het woord stilte is niet meer dan een metafoor die vaak gebruikt wordt om te verwijzen naar onze essentie van bewustzijn. Taal is geconstrueerd om te kunnen verwijzen naar dingen in de vorm. Je kunt taal goed inzetten wanneer je dingen wilt benoemen die objectief waarneembaar zijn (huizen, bomen, dieren, mensen, relaties, gevoelens, gedachten et cetera), maar bewustzijn is vormloos en taal is niet ontwikkeld om het eens uitgebreid over het vormloze te hebben. Daarom is het zo lastig om erover te communiceren en dat is ook de reden dat we genoodzaakt zijn om er via metaforen naar te verwijzen. Stilte is een prachtige metafoor, want het heeft nogal wat overeenkomsten met bewustzijn. Stilte is een van de weinige ‘dingen’ die ook geen vorm hebben, geen afmetingen, geen smaak, geen kleur, geen leeftijd, geen objectieve kenmerken. Net als bewustzijn is stilte iets wat niet komt en gaat en niet is te vernietigen. Het is de maagdelijke open ruimte die volledig beschikbaar is voor alle geluiden die erin willen verschijnen en zelf onaangetast blijft.
Maar zelfs het woord stilte schiet uiteindelijk tekort, want het begrip verwijst gewoonlijk naar de afwezigheid van iets (geluiden) en voor sommige mensen klinkt het daarom wat saai, leeg en levenloos. De glans ontbreekt een beetje. Maar de realisatie van datgene waar het woord stilte in deze context naar verwijst is allerminst saai en leeg. Het is waar ieder mens ten diepste naar verlangt, niet alleen de spirituele zoeker.
Wanneer je oude identiteit als een gebrekkig en gemankeerd psychologisch ‘ik’ (ofwel ego) afbrokkelt en je jezelf steeds dieper ervaart als de stille ruimte van bewust-zijn, dan is het alsof die realisatie de ‘bodymind’ begint te doorschijnen. Het begint zich te manifesteren in de vorm, zou je kunnen zeggen. En het openbaart zich beslist niet in de vorm als iets wat je saai of doods kunt noemen. Het drukt zich onder andere uit in gevoelens van vrede, compleetheid, onverstoorbaarheid en geluk. In creativiteit, lichtheid, humor en liefde.
Als we ons afstemmen op de fysieke stilte, dus de ruimte waarin geluiden verschijnen, dan komen we gemakkelijker in contact met iets wat je innerlijke stilte zou kunnen noemen, de stille aanwezigheid van bewustzijn. Het is niet voor niets dat we tijdens de retraites die ik geef, een stiltestructuur hebben van drie tot vier dagen, waarin niet met elkaar wordt gesproken. De fysieke stilte die hierdoor naar de voorgrond treedt werkt als een herleidende kracht die helpt om oog te krijgen voor de stilte in onszelf. De tweedeling tussen fysieke- en innerijke stilte is overigens puur kunstmatig. Uiteindelijk is er maar één enkelvoudige stilte. Van fysieke stilte is alleen maar sprake als het verstand de dimensie van het geluid kunstmatig isoleert uit het totaal. Geluiden verschijnen in dezelfde stille ruimte als alle andere ervaringen; gedachten, gevoelens en alle andere sensaties die we via onze zintuigen ervaren.
Stel je eens voor, dat voor de komende 10 minuten de volgende dingen van je worden weg genomen:
al je gedachten
al je gevoelens en emoties
alles wat je kunt zien, inclusief innerlijke beelden en herinneringen
alles wat je kunt proeven en ruiken
alles wat je via de tastzin kunt voelen
alle innerlijke lichamelijke gewaarwordingen
alles wat je kunt horen
Alles wat komt en gaat wordt je even ontnomen – een kleine dood, nietwaar?
Wat blijft er dan over?……..
Dit is geen intellectuele vraag, geen uitnodiging tot filosoferen. Laat die vraag eens heel diep tot je doordringen, neem er de tijd voor, en roep niet gelijk dat er dan ‘niets’ overblijft. Want ook dat niets is weer een bedacht concept. Dus wat je niets noemt is nog steeds een subtiel iets.
Onderken eenvoudigweg dat je aandacht de godganse dag heen en weer springt, van de ene sensatie naar de andere. Je aandacht is onophoudelijk ergens op gericht, net als de stalen bal in een flipperkast schiet ze als een krankzinnige alle kanten op. Je aandacht maakt letterlijk duizenden keren per dag een reisje in de wereld van de mind. Wat zou er gebeuren als je aandacht niets meer heeft om zich op te storten? Geen gedachten, geen verhalen, geen hoop, geen verlangens, geen gevoelens of emoties waar aan gesleuteld moet worden…
Als de mind geen enkele afleiding kan vinden, dan lost de geconcentreerde focus van je aandacht simpelweg op, want er is niets meer waar die naartoe kan gaan. De aandacht valt terug in haar oorsprong van stil gewaarzijn. Waar is die aandacht in de eerste plaats van gemaakt? Aandacht is niets anders dan bewustzijn, gebundeld en gericht op iets specifieks. Maar het vermogen om te kunnen focussen wordt ontleend aan niets anders dan dat primaire gegeven van bewustzijn. Je aandacht valt terug in haar natuurlijke staat van stil, probleemloos, conflictloos, verlangenloos Zijn. Geen geduw en getrek meer. Je aandacht is bevrijd uit de gevangenis van willen en niet-willen. Rust… Is dat niet waar je het diepst naar verlangt? Waarom is je aandacht dan voortdurend op iets anders gericht? Vanwaar die fascinatie voor de wereld van de mind? Er moet een reden voor zijn om telkens weer op die trein van het denken te stappen, om telkens weer die reis te maken, steeds weer diezelfde pieker-excursies. Het lijkt zo vanzelf te gaan alsof je het niet kunt helpen, maar er is een reden waarom dit gebeurt – onbewust weliswaar – maar je doet het niet voor niets. Het is niet iets natuurlijks, je bent niet als een piekerend wezentje geboren.
Diep in het hart van het ego zetelt een oude oerwond. Het is het gevoel dat er iets ontbreekt, het gevoel niet compleet te zijn, het geloof een gebrekkig, gemankeerd individu te zijn. Dit geloof zwengelt een zoekbeweging aan, want als er iets ontbreekt dan moet dat gevonden worden, nietwaar? Een ander woord voor compleetheid is geluk, dus waar het ego naar op zoek is, is levensgeluk. Dat is feitelijk de motivatie achter alle gedragingen en inspanningen van het ego. Ofwel het zoekt iets wat symbool staat voor levensgeluk; een partner, succes, erkenning, aanzien, bezittingen, genot et cetera, ofwel het bindt de strijd aan met dingen (bijvoorbeeld ongemakkelijke gevoelens en emoties) die dat levensgeluk lijken te verhinderen. Dit zijn de enige twee bewegingen die het ego kent: zoeken en strijden. Twee kanten van dezelfde munt. Het draait uiteindelijk maar om een ding: geluk of rust.
Om dat geluk te vinden wordt een beroep gedaan op het verstand, via het denken hoopt het ego een strategie te vinden om uiteindelijk die rust of dat geluk te vinden. Iedere keer dat we dus inhaken op een opkomende gedachte en daarmee een reisje maken, doen we dat enkel en alleen omdat er een stille hoop is dat we aan het eind van dat piekeravontuur rust zullen vinden. Zie je de krankzinnigheid ervan? Al onze problemen en drama’s bestaan uit gedachten, en we proberen het op te lossen door er nog meer gedachten tegenaan te gooien…
Alle denkactiviteit die zich afspeelt uit naam van het ego heeft uiteindelijk maar eén oogmerk, het is de zoektocht naar geluk. Het is de hardnekkige misvatting dat dit geluk besloten ligt in dingen buiten onszelf en dat we via het denken tot dat geluk kunnen komen, die ten grondslag ligt aan onze verslaving aan het denken. Dit is de reden dat we het denken zo aanbidden. Maar je hebt de verkeerde meester op de troon gezet. Wees eerlijk en kom onverschrokken de waarheid onder ogen. Heeft al dat ik-gerichte gepieker je ooit iets wezenlijks opgeleverd? Heb je jezelf daadwerkelijk tot rust kunnen piekeren? Heeft het je zoektocht definitief tot een einde gebracht?
Als het antwoord op deze vragen “Nee” is, dan is het tijd om het faillissement onder ogen te komen en je inspanningen over een andere boeg te gooien. Laat die onzinnige aanbidding van je gedachten varen en wees gefascineerd door het mysterie waarin die gedachten verschijnen, datgene wat zich bewust is van je gedachten. Geef dat je aandacht, geef dat je toewijding, je vuur, maak daar prioriteit nummer 1 van in je leven.
Als je je verlaat op het denken dan ben je in de aap gelogeerd, want het denken is altijd een beweging weg van de waarheid van dit moment. Wat de inhoud van dit moment ook is; een depressie, angst, verlies, eenzaamheid, wanhoop, machteloosheid, diepe teleurstelling over je leven, probeer het niet te ontvluchten, ren er niet voor weg, maar doe precies het omgekeerde: duik erin, exploreer het, ga innig de ontmoeting aan met de monsters, zonder hoop, zonder verhalen, zonder enige bemoeienis van het verstand. Verwelkom de emoties die je negatief noemt met dezeldfe openheid als de gevoelens die je als positief bestempelt. Alleen dan kun je werkelijk doordringen in de diepere realiteit van die zogenaamd onverdraaglijke gevoelens.
Kijk de monsters diep in de ogen en doe de ontdekking van je leven: al wat je zult vinden als je werkelijk heel diep kijkt is rust, stilte. Ga heel diep in de ervaring die je zo ondraaglijk vindt en als je werkelijk voorbij de verhalen, in het hart van pijn bent aangekomen, stel jezelf dan eens de vraag: ‘Hoe pijnlijk is deze ervaring eigenlijk?’ Het antwoord zal je doen verstommen.
Psychisch lijden is alleen mogelijk als we niet helder en diepgaand kijken naar de realiteit van het moment. Als je op de vlucht bent voor bepaalde gevoelens, dan kijk je niet helder. Ellende en ongelukkigheid gedijen alleen in onbewustheid. Dat, waar je voor op de loop bent is niet wat het lijkt. De monsters waartegen je vecht bestaan niet werkelijk. Maar de grootste grap is, dat zelfs degene die voor de monsters op de loop is, niet echt bestaat. Ga op zoek naar degene die de emoties niet wil voelen, en je zult niets vinden. Het was een gedroomd personage dat aan het strijden was met gedroomde monsters. Het was de ene droom die de andere droom bestreed. Tragikomedie van de bovenste plank.
En als we ontwaken uit de droom dan is het duidelijk: Alles is Stilte