LEZEN
VRAAG EN ANTWOORD

Op de meest gestelde vragen vind je hier het antwoord.

Klik op de titel om de tekst te lezen.

Ik heb al ruim een jaar een bijzondere vriendschap met een man. Ik heb ook diepere gevoelens voor hem, hij ook voor mij, maar hij heeft een relatie met een andere vrouw. Ik zou heel graag meer willen, een intieme relatie, maar dat kan niet en dat geeft nogal eens een hoop worsteling, pijn en verdriet. Na de vorige retraite was die hunkering opeens een tijdlang verdwenen, ik voelde me helemaal kalm en vervuld, maar het geworstel komt nu af en toe weer sterk terug.

Wat je vertelt over het tijdelijk wegvallen van die hunkering is interessant. Want geeft dat niet aan dat de ware geliefde in jezelf zit? De vervulling kan blijkbaar ervaren worden zonder de bemiddeling van een bepaalde persoon, ding of bezigheid die je in de wereld buiten jezelf kunt halen. Dat heeft deze ervaring je glashelder laten zien. Het is niet ongebruikelijk dat het ego na zo’n periode weer de troon bestijgt en voor allerlei geworstel en gehunker zorgt. Het ego is in essentie niets anders dan een hunkering, Het is niet mogelijk om jezelf als een ego te ervaren en niet te hunkeren. Het ego gaat per definitie gepaard met een gevoel van incompleet zijn, een gevoel van gemis. Dat gevoel van gemis projecteren we op allerlei dingen; op mensen, op geld, verworvenheden, macht, relaties, status et cetera. Het zijn allemaal dingen die symbool staan voor compleetheid en geluk. Een van de meest favoriete dingen waar we blijvende vervulling op projecteren is romantische liefde, en dat is niet voor niets. Als er sprake is van amoureuze ‘vibes’, en als de verliefdheid wordt beantwoord door de andere persoon, dan kan je via die persoon even op heel krachtige manier herinnerd worden aan je wezenlijke natuur van compleetheid en geluk. Dat is wat verliefdheid doet; het is – met name in de beginfase – zeer ego-oplossend. Als de liefde wordt beantwoord, geeft het eenintens gevoel van compleetheid. Je kijkt je geliefde in de ogen en je bent helemaal vervuld, er ontbreekt niets meer, je zakt diep weg in een overweldigend gevoel van gelukzaligheid, je bent volledig hier en nu. Je bentimmers niet meer bezig met zoeken naar iets anders, je bent niet meer gericht op een toekomstig geluk, want je hebt gevonden wat je zocht. De misvatting is, dat we denken dat onzegeliefde de bron is van dat heerlijke complete gevoel, maar de geliefde is slechts een bemiddelaar. De feitelijke oorzaak van het geluksgevoel dat je ervaart is het compleet wegvallen van de zoekbeweging waar je jezelf al die tijd in verloor; het zoeken, het hopen, het verlangen naar iemand die je de ultieme veiligheid, liefde, geborgenheid, steun en bevestiging geeft.

Door de gerichtheid op het vinden van de ideale partner, ergens in een toekomst, zijn we niet meer Hier, we gaan geheel voorbij aan het huidige moment, we zijn verblind door hoop en verlangen; het verhaal dat we ooit de perfecte persoon zullen vinden die ons al die dingen kan geven waar we zo naar verlangen. Daardoor missen wede compleetheid en de vervulling die onder de oppervlakte van de zoekende geest altijd beschikbaar is. Op het moment dat je hebt gevonden wat je zocht, zit je geest plotseling niet meer gevangen in het zoeken, hij is bevrijd uit de hunkering en die plotselinge bevrijding is de oorzaak van de euforie die je ervaart. Maar we projecteren het op de geliefde, we geloven vurig dat hij of zij de bron is van dat verslavende gevoel van thuiskomen. Dat is de misvatting die vrijwel altijd gemaakt wordt, we zien niet dat de andere persoon alleen maar een medium, een bemiddelaar is geweest. En wat gebeurt er als we die persoon aanzien voor de bron van ons levensgeluk? We willen hem hebben natuurlijk. Heel begrijpelijk, wie wil nu niet de bron van zijn levensgeluk continue paraat hebben?

Maar de honeymoonperiode is doorgaans van korte duur en de aanvankelijke euforie, het gevoel van diepe verbondenheid, de blijdschap, de tederheid, de lichtheid en onbekommerdheid maken plaats voor hele andere gesteldheden. Op een gegeven moment verschijnen er donkere wolken boven het liefdesparadijs. Tijdens de periode van wederzijdse verliefdheid ontmoeten de geliefden elkaar op een diep Zijnsniveau,puur vanuit het hart voelen ze zich verbonden met elkaar. Alles wat er gebeurt; iedere blik die wordt uitgewisseld, ieder woord dat uitgesproken wordt, iedere glimlach, iedere aanraking lijkt rechtstreeks voort te komen uit een onaantastbare, goddelijke bron van liefde.En dan opeens blijkt die bron niet zo goddelijk en onaantastbaar te zijn als we dachten. De geliefde, die inmiddels vaste partner is geworden, roept steeds minder gevoelens bij je op van hartstocht, vreugde en bewondering. De adoratie en de liefkozingen waar je partner je zo overvloedig onder bedolf, maken steeds vaker plaats voor koelheid en onverschilligheid. De magische glans die de relatie zo omhulde, verdwijnt en slaat om in dofheid en lethargie. Er is teleurstelling, van beide kanten, dat het sprookje dat ze nog lang en gelukkig zouden leven niet meer dan een naïeve romantische droom bleek te zijn.Steeds vaker zijn er irritaties, verwijten over en weer, geruzie en beklag. De twee harten die zo innig verbonden waren, lijken steeds vaker bedekt te zijn onder oude lagen van neurosen en pijn. Opeens wordt duidelijk dat de prins op het witte paard een gewoon mens is die een rugzak vol met oude wonden met zich meetorst; autistische trekjes, arrogantie, egocentrisme, narcisme, bindingsangst en ga zo maar door. Ook de engel waar hij verliefd op werd blijkt diep van binnen een gekwetste ziel te zijn met de nodige littekens, waardoor ze regelmatig vervalt in pijnlijke onhebbelijkheden. Tot haar eigen schrik merkt ze dat ze geen weerstand kan bieden aan de onbedwingbare neiging om haar partner op de huid te zitten, de les te lezen, te wantrouwen, te klagen, hem te bestoken met bittere aanvallen, doortrokken van cynisme, zodat hij op een zeker moment geen andere mogelijkheid meer ziet om dit allemaal te overleven dan zich te verstoppen achter een muur van afstandelijkheid. Hij besluit simpelweg om geestelijk te vertrekken. In plaats van innig verstrengeld op de bank te liggen, zitten de geliefden steeds vaker op gepaste afstand van elkaar, op dezelfde bank, beiden met stuurse blikken turendop hun smartphones die enkel als bliksemafleiders fungeren voor al die dingen die ze zo pijnlijk vinden en niet tegen elkaar durven uit te spreken. Het zijn klassieke patronen die op eenpijnlijke manier op elkaar ingrijpen, elkaar versterken en de partners uiteindelijk in een verstikkende wurggreep houden en maar al te vaak in de spreekkamer van de relatietherapeut doen belanden.

De kracht van verliefdheid is, dat het de neurosen en de ingewikkeldheden van het ego tijdelijk – vaak maandenlang – doet verdampen. Daardoor voel je een diep contact met je eigen hart, je eigen Zijn, je eigen thuishonk en van daaruit ontmoet je de ander, die dan helemaal niet meer voelt als een ‘ander’, want wat je tijdens de fase van verliefdheid met elkaar deelt is wat je gemeenschappelijk hebt, of, beter gezegd: wat je gemeenschappelijk bént. Het is een diepe herkenning, een gevoel dat je met elkaar versmelt, dat je één bent met elkaar, dat er geen afgescheidenheid meer is. Het voelt als thuiskomen Dat besef is heel dominant aanwezig in de beginfase van relatie. Het is letterlijk de afwezigheid van egobewustzijn, dat maakt het mogelijk dat je je op een diep niveau met elkaar kunt verbinden. Maar het is onvermijdelijk dat de tendenzen van de ego’s op een gegeven moment weer oprijzen en de dienst gaan uitmaken en dat geeft altijd ingewikkeldheid en strijd. Met ego’s kun je namelijk maar twee kanten op; ze willen iets of ze willen juist iets niet en dus wordt het dan moeilijk om elkaar op het niveau van het hart te ontmoeten, de ontmoetingen worden eerder hard, met een d. Dan is het de kunst om heel alert te blijven, om je niet onbewust mee te laten sleuren in die ego-verharding, maar om open, kwetsbaar en zacht te blijven, iets waar het ego van gruwt. Het ego gedijt veel beter als het zijn vuisten kan ballen, als het kan strijden voor het eigen gelijk, als het kan wijzen naar de ander als oorzaak van zijn of haar eigen gekwetstheid. Onder de hardheid zit altijd pijn. In relaties is het vaak de pijn van afwijzing, van niet gezien te worden, niet serieus genomen te worden, je niet veilig, geborgen en ondersteund te voelen, kortom: de pijn van niet geliefd te zijn. Het gaat allemaal om dieenorm fundamentele behoeften die je als klein kind had en waarin je volledig afhankelijk was van je ouders. Die ouderrol projecteren we later als we volwassen zijn nog steeds in meer of mindere mate op onze partners en daarom roepen romantische relaties vaak zulke heftige emoties op. Het merendeel van al het gekissebis tussen liefdespartnerszou je kunnen terugbrengen tot de diepe teleurstelling dat de wederhelft niet in staat blijkt te zijn om alle hoge verwachtingen die we van hem of haar hadden in te lossen. De partner zou zorg dragen voor al die dingen die aan de basis lijken te liggen van levensgeluk; liefde, veiligheid, compleetheid, geborgenheid.

De ontnuchterende waarheid is, dat geen ander mens in staat is om te voldoen aan die verwachting, om de ander gelukkig en compleet te maken. Het is essentieel om dit tot ons door te laten dringen; levensgeluk is niet iets wat een ander jou kan geven. Als je in een relatie stapt met deze hoop, dan is een grote teleurstelling onvermijdelijk. Als je je partner aanziet voor de bron van je levensgeluk, dan krijg je een relatie die gebaseerd is op behoeftigheid en afhankelijkheid. Dat zal zich altijd gaan wreken. Als we inzien dat het geluk hier al is, in onszelf, onafhankelijk van anderen, dan is het niet zo dat je geen relatie meer zou hoeven hebben, maar je vertrekt dan vanuit een heel andere positie. De hongerigheid valt weg. De relatie is dan geen zoektocht meer naar compleetheid, maar eerder een delen van de compleetheid die wederzijds wordt herkend. Maar wees hierin niet al te streng voor jezelf. Ga nu niet van jezelf eisen dat je eerst in je eentje helemaal happy moet zijn en dat je pas daarna aan een relatie toe bent. Ga jezelf hierin geen dingen onthouden. Meet jezelf niet af aan spirituele ideaalplaatjes, creëer geen voorwaarden voor jezelf. Als je verliefd bent, en de verliefdheid is wederzijds, spring er dan gewoon in. Dat doe je sowieso wel, want als je verliefd bent dan ben je niet meer te houden, daar is geen kruid tegen gewassen, maar doe het met bewustzijn, maak van de romance je sadhana, je spirituele oefening. Het is niet zo dat je eerst een proces door moet maken dat een einde maakt aan je behoeftigheid en dat je daarna pas rijp bent voor een volwassen relatie. Het proces voltrekt zich tijdens en in de relatie zelf! De relatie is het proces. Je relatie is de spiegel die jou confronteert, iedere keer dat je in patronen van afhankelijkheid en behoeftigheid schiet. Iedere keer dat je relatie spanningen, irritaties, ongenoegen, verwijten en negativiteit of andere onbehaaglijke gevoelens in je oproept, weet dan, dat dit de alarmbellen zijn die je erop attenderen dat er op dat moment een zeer grote kans is dat het ego bezit van je heeft genomen. En dan gaat het erom wakker te blijven, om niet in de gebruikelijke reactieve patronen te vervallen, zoals je ongenoegen te projecteren op de ander, maar om het primair bij jezelf te houden, om diep te kijken naar wat er werkelijk speelt. De ongemakkelijke gevoelens wijzen vaak op onbewuste identificatie met het ego in je. Die gevoelens zijn niet je vijand, het zijn de hulptroepen. Behalve dat ze gevoeld willen worden willen ze je iets laten zien.

Maar in dit geval, als het gaat om een liefde die niet wordt beantwoord omdat de man waar je verliefd op bent niet beschikbaar is, dan is dat de harde realiteit waar je je in bevindt. Dat zal een intens onvervuld gevoel geven. En wat we normaalgesproken doen als we de pijn van een onvervuld gevoel ervaren, dat is weer die uitgaande beweging maken. Dat kan op verschillende manieren; zwelgen in verdriet en verhalen of ondanks de duidelijke signalen die hij geeft toch blijven proberen om hem voor je te winnen, of direct 5 accounts aanmaken op datingsites in de hoop zo snel mogelijk een stand-in te vinden waarmee je de pijn kunt verdoven. Maar je bent op deze manier enkel op de loop voor de pijn. Het is veel wijzer om de pijn te gebruiken, om via de pijn je weg terug te traceren naar de bron waar die vandaan komt, om niet de bekende uitwaartse beweging te maken, weg van van de pijn die je in het moment ervaart, maar precies het omgekeerde te doen: om je naar de pijn toe te bewegen. Je loopt onverschrokken het vuur in. Het vuur van de pijn van een gebroken hart. Laat die pijn je naar huis dragen. Alleen daar, in het hart van je verdriet vind je de ware geliefde; de rust en de stilte van je eigen ‘Zijn’. Als je je kunt ontspannen, midden in de pijn van een gebroken hart, dan zul je ontdekken wat onbreekbaar is in jezelf, wat altijd heel is. Dat is de enige geliefde waar je echt van op aan kunt, die er altijd voor je is, nooit vreemd gaat. Een echtscheiding is uitgesloten… Het is het enige waar je werkelijk op kunt vertrouwen, het enige wat echt zeker is, onontvreemdbaar. Als je dit pad bewandelt, het pad naar binnen, en je komt uit bij de compleetheid en de rust die inherent al in je aanwezig zijn, dan zou het heel goed kunnen zijn dat je, wanneer je deze man weer zou ontmoeten, dat je niet meer zoveel van hem nodig hebt. Je wilt alleen iets van iemand als je denkt dat er iets bij jezelf ontbreekt, als er een hunkering is. Maar wat over blijft als de hunkering wegvalt, is liefde, stilte. En liefde hoeft niet iets van een ander, het is als een open hand. Kijk maar uit, want als je zo bent, word je voor hem misschien opeens heel aantrekkelijk….

Ik heb een vraag over verslavingen. Ik ben verslaafd aan nicotine, aan roken en ik wil daar graag mee stoppen. Ergens hoop ik dat ik er tijdens deze retraiteweek vanaf kan komen, dat ik er echt mee kan stoppen, maar is het wel raadzaam om dat hier te doen?

Wat veel mensen doen, is proberen te stoppen met hun verslaving vanuit wilskracht, vanuit een gedecideerd besluit. Het begin van het nieuwe jaar is bij uitstek een populair moment om zo’n besluit te nemen. Maar alle goede voornemens ten spijt, je ziet de geestdriftige pogingen om te stoppen met roken vaak al snel weer stranden. En als het al lukt om vanuit ‘willpower’te stoppen, dan grijpt men misschien niet meer naar de sigaret, maar de verslaving is nog onverminderd aanwezig, in die zin, dat de hunkering er nog steeds is. De verslaving zorgt nog steeds voor zeer onbehaaglijke gevoelens.  Door een krachtige wilsinspanning wordt misschien niet toegegeven aan de behoefte aan roken, maar de geest is nog obsessief gericht op het gemis van een sigaret. 

Deze retraite is niet bepaald een plek om je wilskracht op iets te storten, daar heb je ongetwijfeld andere bijeenkomsten voor. Wilskracht is vaak het maskeren van onmacht als het om goede voornemens gaat.  Wilskracht in die zin, is een vorm van geweld. 

Maar je zou deze week wellicht kunnen gebruiken om het gegeven van je verslaving aan nicotine te exploreren, om er diepgaand naar te kijken. Op het moment dat het verlangen naar een sigaret opkomt zou je dat gevoel, die hunkering kunnen ontmoeten. Normaalgesproken zou je snel  toegeven aan de neiging om je te bevrijden van die zucht naar een sigaret, door er een op te steken, want die drang is geen prettig gevoel. Voel alleen maar de hunkering, zonder enig idee dat er iets zou moeten gebeuren, dat het tot een bepaald resultaat zou moeten leiden. Vergeet het hele idee dat je zou moeten stoppen met roken. Dring diep door in de hunkering zonder ver van weg te willen. Het vraagt om een open en nieuwsgierige houding, een bereidheid om dieper te kijken dan je tot dusver gewend was. Als je al begint met een vooringenomen idee dat het uiteindelijk moet leiden tot het einde van je nicotineverslaving, dan ben je niet werkelijk open en nieuwsgierig, dan ben je niet echt aan het onderzoeken, je bent aan het onderwerpen. Je bent bezig om dwangmatigheid met dwang te bestrijden en dat geeft altijd ellende. Vergeet dus ieder idee dat er aan het eind van de rit iets zou moeten gebeuren, projecteer niets in een toekomstig moment, maar blijf hier bij wat er is; een gevoel van hunkering ofwel een gevoel van gemis, van niet compleet zijn. Op dat moment lijkt de sigaret het antwoord op de situatie te zijn. De sigaret is in elk geval de tijdelijke verlossing van dat gevoel van gemis. Voor anderen is het niet de sigaret, maar iets anders; alcohol, koffie, seks, spullen kopen die je niet nodig hebt, bevestiging krijgen, op  Facebook zoveel mogelijk vrienden en ‘likes’ verzamelen, hardlopen, macht of zelfs mediteren. Er zijn eindeloos veel verslavingen. En wat er altijd aan ten grondslag ligt, dat is dat gevoel van niet compleet zijn. Het spul waar we aan verslaafd zijn geeft ons even wat troost, tijdelijk zijn we even bevrijd van dat onprettige gevoel van gemis. Het is een pleister op de wond van het onvervulde verlangen dat we voelen, het verlangen naar geluk. Waar zouden we anders naar verlangen? Het kan er behoorlijk neurotisch aan toegaan; we moeten en zullen dat pakje sigaretten hebben, al moeten we er voor in de auto stappen. Die borrel bij het eten, we lijken er niet zonder te kunnen. We hebben hier nu een alcoholvrij weekje tijdens deze retraite, maar ik heb vaak meegemaakt dat mensen toch stiekem een fles wijn op de kamer hadden, meegenomen van huis, uit voorzorg…. Zo krampachtig kunne we gefixeerd raken op dat ene moment van vertroosting. Maar hier zijn we niet bezig met vertroosting, we zijn niet bezig om de boel te benevelen en in slaap te sussen, we zijn hier bezig met wakker worden. We kijken hier naar wat er werkelijk speelt. Gebruik de retraite dus om je verslaving indringend te onderzoeken. Niet door in het verleden te gaan spitten op zoek naar allerlei oorzaken, maar heel simpel en direct in het huidige moment. Als het gevoel van gemis in je opkomt – en het is aannemelijk dat dat deze week zal gebeuren – wees dan opmerkzaam. Merk hoe snel het gevoel de mind activeert en een verhaal doet ontstaan. 

Soms voel ik sterke gevoelens van zelfhaat, van ‘niet goed genoeg zijn’. Hoe kan ik meer zelfliefde gaan voelen? Is dat iets wat ik kan oefenen?

Inherent aan egobewustzijn is het idee tekort te schieten. Daaruit vloeien logischerwijs gevoelens van minderwaardigheid, mislukking en zelfhaat voort.

Je pogingen om die ‘negatieve’ gevoelens te vervangen door ‘positieve’ gevoelens is een kansloze en uitputtende bezigheid die alleen maar innerlijk conflict veroorzaakt.

In plaats van je energie te richten op een kansloze poging om je ‘goed genoeg’ te voelen, is het beter om diepgaand te exploreren wie degene is die deze gevoelens claimt als ‘van mij’. ‘Goed genoeg’ klinkt trouwens niet bepaald als iets om vreselijk warm voor te lopen, het is alsof je voor een mager zesje gaat, je mag nog net door, met hakken over de sloot, maar geen enkele reden tot een feestje. Bespaar je de moeite om aan je gevoel van eigenwaarde te sleutelen met positief denken en dat soort onzin. Het is allemaal strijd, controlezucht, sleutelen aan een niet bestaand personage. Wat je doet, is proberen om een pijnlijke droom te vervangen door een leuke droom, maar het blijft dromerij. Zonde van je tijd.

Kijk eens wat dieper en onderzoek wie het is die al of niet goed genoeg zou zijn.

Wie is degene die denkt dat deze ideeën en aanverwante gevoelens iets over hem of haar zeggen? Wat vind je, als je heel diep kijkt in de kern van dat ikje dat zich zo druk maakt om die gevoelens , ze zo persoonlijk neemt en meent te moeten bestrijden? Hoe dieper je kijkt, hoe duidelijker zal worden dat dit ‘ik’ niet meer is dan een denkbeeldige entiteit. Dan kan het duidelijk worden dat wat je werkelijk bent geen last heeft van negatieve gevoelens en gedachten en dus ook geen enkele aandrang heeft om zich ertegen te verzetten.  De pogingen om de gevoelens te veranderen, beteugelen of bevechten vinden dus plaats uit naam van een fictief personage. Wat blijft er over van de gevoelens als gezien wordt dat degene die zich door deze gevoelens bedreigd voelt, niet blijkt te bestaan? De gevoelens zelf zijn niet het probleem; het probleem is het droompersonage dat meent de bezitter te zijn van de gevoelens en ze als een bedreiging ziet. Als het droompersonage als zodanig wordt herkend, dan lost het hele probleem vanzelf op, want er is dan niemand meer die zich druk maakt om gevoelens van niet goed genoeg zijn. Er is dan niemand meer die zich druk maakt om haar negatieve zelfbeeld, en er is dan geen enkele motivatie meer om dat negatieve zelfbeeld te bestrijden of te vervangen door een zogenaamd positief zelfbeeld. 

Natuurlijk is het onzin dat je ‘niet goed genoeg’ bent, maar het is evengoed onzinnig om te denken dat je wél ‘goed genoeg’ bent. Alle concepten over wel of niet goed genoeg, zijn kinderlijke bedenksels. Oók die zogenaamd positieve ideeën houden je gevangen in een niet werkelijk bestaande polariteit.

Je bént. 

Punt!

Alles wat je daarachter zet, is kletspraat.

Zelfhaat is een erg pijnlijk gevoel en om aan dat gevoel te ontsnappen proberen veel mensen begrijpelijkerwijs om de tegenpool van dat gevoel te ervaren. Ze proberen om de zelfhaat om te buigen tot zelfliefde.  Ze proberen het lijden op te lossen door zich te richten op de tegenovergestelde pool binnen het spectrum van niet goed genoeg en wel goed genoeg. Het effect van dit spel zal nooit werkelijk bevredigend zijn, want je blijft op deze manier gevangen binnen die polariteit. De poging om zelfliefde te ervaren is een activiteit van het ego. Die activiteit speelt zich af in de mind, maar in de mind ligt niet het werkelijke antwoord op het probleem. Liefde is niet iets wat je met een inspanning van de mind kunt fabriceren, dat is de zaken omdraaien, een poging om van buitenaf iets op te leggen. Wie is degene die zelfliefde wil voelen? Is dat niet het ego? Het ego is niet werkelijk in staat tot liefhebben, het ego kan ergens mee instemmen of het kan iets afwijzen, maar tot liefde is het niet in staat. De paradox is, dat liefde zich juist openbaart in de afwezigheid van het ego. Liefde kan alleen van binnenuit komen, het hoeft niet te worden gecreëerd, het is er al! Dus alles wat je probeert te fabriceren zal toch wat kunstmatig en oppervlakkig zijn. Je kunt bijvoorbeeld proberen om je gevoel van eigenwaarde en zelfliefde op te krikken door jezelf een opsomming van allerlei positieve eigenschappen voor te houden; door jezelf te vertellen wat voor talenten je hebt en wat je in je leven allemaal hebt volbracht. Je gaat jezelf bevestigen; dat je best trots op jezelf mag zijn omdat je bijvoorbeeld een lieve moeder bent, een doorzetter, een optimist, dat je veel mensenkennis hebt, twee universitaire studies hebt afgerond, dat je heel creatief bent, een goede smaak hebt, dat je gewaardeerd wordt door je collega’s op je werk, enzovoorts. Maar wat je jezelf daarmee eigenlijk aan het inpeperen bent, is  de boodschap dat zelfliefde voorwaardelijk is en afhankelijk van allerlei factoren. Je mag van jezelf houden omdat je al die eigenschappen, prestaties en vaardigheden bezit. Je zoekt een rechtvaardiging om van jezelf te houden en die rechtvaardiging is afhankelijk van allerlei voorwaarden. Bovendien; al die dingen  waarmee je je gevoel voor eigenwaarde probeert te versterken, staan in relatie tot andere mensen: al jouw speciale talenten, successen en goede eigenschappen hebben alleen maar betekenis zolang er andere mensen zijn die lager scoren dan jij. Het is gebaseerd op vergelijken, dé favoriete hobby van het ego. Al je goede eigenschappen kunnen alleen maar goed en waardevol zijn zolang er ook ‘minder goed en minder waardevol’ bestaat. Alleen binnen de context van vergelijkend warenonderzoek kan er een bijzondere waarde worden toegekend aan deze kwaliteiten.

Maar wat nu, als je als je in veel dingen die je doet eigenlijk heel middelmatig bent, als je niet kunt terugblikken op bijzondere prestaties in je leven? Wat, als je voor de derde keer op rij ontslagen bent, of als je al je halve leven in een uitkering zit ?  Wat, als je van je leven echt een puinhoop hebt gemaakt? Wat, als je een zwalkend  bestaan hebt geleid met 12 ambachten en 13 ongelukken, een leven waar je nooit een bevredigende betekenis aan hebt kunnen geven, waarin je nooit een duidelijk doel of ideaal had om na te streven, waarin je nooit concreet naar iets hebt toegewerkt en nooit iets hebt opgebouwd waar je trots op zou kunnen zijn? Wat, als je na een dolend bestaan van vele decennia bovenop de menselijke puinhoop van je leven staat, in de spiegel kijkt en in de  groeven in je gezicht de onloochenbare sporen herkent van een leven vol worsteling, teleurstelling en stille wanhoop? Wat als er maar één ding is waar je echt goed in bent: je leven in het honderd laten lopen? Kun je dan nog zelfliefde voelen? Hoeveel positieve gedachten je er ook tegenaan gooit, hoe je ook je best doet, werkelijke zelfliefde zal het je niet geven, hooguit een broos surrogaat. Tot overmaat van ramp kan nu dus ook het project ‘positief denken’ worden toegevoegd aan aan de lijst van mislukkingen. 

Werkelijke zelfliefde kun je niet fabriceren door te sleutelen aan je zelfbeeld. Je zelfbeeld is een constructie in de mind en dat is niet de plek waar je moet zijn.  Het is sleutelen aan het niet-essentiële. Zelfliefde en eigenwaarde komen vanuit een veel diepere plek en paradoxaal genoeg kun je de gevoelens van ‘niet goed genoeg zijn’ gebruiken om daarin af te dalen. Als je je midden in het gevoel van waardeloosheid zou kunnen ontspannen, zonder enige vorm van verzet, dan zou je weleens je oorspronkelijke waardigheid kunnen hervinden. Een waardigheid die geen reden of rechtvaardiging nodig heeft en ook geen bevestiging van buitenaf. Een waardigheid die niet afhankelijk is van prestaties, verworvenheden, status of goed gedrag. Echte waardigheid en zelfliefde komen van binnenuit. 

De Zelfliefde waar ik het over heb is trouwens niet een warm of knuffelig gevoel, gericht op de persoonlijkheid die je meent te zijn. Het is niet een liefde die ontstaat doordat je door een roze bril van bemoedigende en bevestigende gedachten naar jezelf kijkt. Het is überhaupt niet een gevoel, en dat is maar goed ook, want gevoelens zijn per definitie ijl en vergankelijk. Er is geen gevoel dat je continue kunt voelen. Gevoelens zijn per definitie tijdelijk, dus als je gaat proberen om je altijd maar goed en positief over jezelf te voelen dan zul je hoe dan ook het onderspit  delven want je gevoelens laten zich niet dresseren. Zelfliefde is vreemd genoeg niet een liefde die op een ‘zelf’ gericht is, ze heeft geen exclusieve focus, zoals bij een moeder die liefdevol en ontroerd naar haar kind kijkt. Ware zelfliefde is een objectloze liefde, zonder motivatie en zonder eindbestemming. Het staat los van alle evaluaties die je over je persoonlijke leven zou kunnen maken, positief of negatief. Het is daar geheel onafhankelijk van. Het is überhaupt nergens afhankelijk van. Ware Zelfliefde is simpelweg de rust van je eigen wezen, het diepe besef van Zijn. De bron van echte zelfliefde is het weten: Ik Ben. Niet: ik ben oké, aardig en de moeite waard, maar eenvoudigweg: Ik Ben. Het is even toegankelijk voor iemand die zijn leven (schijnbaar) totaal heeft verprutst als degene wiens leven (schijnbaar) een groot succes is. Al heb je gevoelens van waardeloosheid, van mislukking, van lelijk zijn, van er totaal niet toe te doen, het gevoel een complete loser te zijn, deze Zelfliefde is direct toegankelijk en wordt niet in het minst beïnvloed door alle verhalen over mislukking of succes. Die hele polariteit valt weg. Het is een liefde zonder tegendeel. 

Degene die zijn eigenwaarde of zelfliefde ontleent aan zijn of haar successen, talenten, prestaties en verworvenheden is een armoedzaaier vergeleken bij de ‘mislukkeling’ die de bron van Zelfliefde in zichzelf heeft gevonden. Gezegend zijn de mislukkelingen.

INSPIRATIEMAIL

Meld je aan voor drie keer per week een prikkelend citaat in je mail, over uiteenlopende onderwerpen.